een kleine en gezellige groep enthousiaste Twentse kanoërs...
door: Peter Weekenstroo.
Wat was dat schrikken toen we arriveerden in dat door storm sterk gehavende gebied waar de bovenloop van de Vecht zijn oorsprong vindt!
's Ochtends om 10 uur verzamelen bij mij. Wim en Melle, die zich op de valreep nog hadden aangemeldt, hadden de koffie al op toen Jos en Jan arriveerden. Aangezien Edu rond half 11 aansluiting zoekt bij de afslag Hengelo-Zuid, besloten we gauw mijn boot op de aanhanger te knopen.
Voor de meesten was het of al lang geleden of voor het eerst dat ze deze beek zouden gaan bevaren. Maar bij de eerste aanblik van deze normaal zo mooi verscholen beek dachten we: "Zou het überhaubt wel mogelijk zijn om er door te komen?" Ook tijdens het verplaatsen van de auto met aanhanger naar het eindpunt zagen we al veel verblokkingen in de rivier. Sommige kon je nog wel onderdoor, maar andere leken een onneembare hindernis van takken waardoor het veel overdragen zou worden.
We moesten ons gebruikelijke instappunt in Eggerode al opgeven omdat daar een gigantische eik de doorgang al meteen versperde. Dan maar aan de andere kant van de weg de beek ingegleden. Wat we vreesden bleek inderdaad het geval. Na elke bocht moest weer blijken of er weer een doorgang gezocht kon worden. Toch waren hele stukken al opgeruimd of konden we er makkelijk onderdoor. en het aantal keren dat we er écht uit moesten viel nog wel mee. Bovendien stond er nog steeds genoeg water in de beek, die voor een lekkere druk in de rug zorgde. Hierin schuilde meteen het gevaar dat je bij een verblokking niet op tijd keerwater op kon zoeken en je voorganger direct weer lag te hinderen met het manouvreren door een kier in de takken. Eén keer ging ik zelf bijna onderuit omdat mijn boot dwars op de stroming kwam te liggen terwijl in onder een berk door probeerde te komen. Gelukkig was het niet al te diep, zodat ik niet hoefde te zwemmen.
De eerste stuw zijn we bijna allemaal vanaf gegaan onder het toeziende oog van Wim en de uiterst vriendelijke bewoners. Ik kon de betonnen plaat net onder het wateroppervlak wel voelen. Ik had toch iets meer vaart moeten maken. Bij de tweede stuw is dit absoluut niet mogelijk: die is een stuk hoger en de betonnenplaat ligt daar iets schuin waardoor er slechts 10 cm water op staat. De voormalig dierenarts die de vroegere watermolen bewoond stond het toe om de pauze in de schuur door te brengen zodat we uit de wind konden blijven. Die wind - die met kracht 5 bft. een ieder in mum van tijd tot onaangename waardes zou kunnen afkoelen - bleef op het water min of meer onopgemerkt.
Na de pauze - we zaten nu op ongeveer 2/3 van de tocht - kwam er nog een stuw die erg leuk was. Ook de staande golf achter de stuw had een behoorlijke aantrekkingskracht. Melle werd iets te enthoustiast en meteen genadeloos omgetrokken door de hevige stroom. Erg koud om nu te gaan zwemmen...(vonden wij)!
Al met al duurde de tocht ruim 5 uur, terwijl ik vorig jaar hetzelfde stuk in 3½ uur had gedaan. Ook toen hadden we een pauze gehouden. Hoe dan ook: het blijft één van de mooiste tochtjes die minder dan een uur rijden van ons vandaan te beleven valt. Ook al lijkt het meer op een survival-tocht.
Uitgebreide fotoreportage van Jan Kamp zie: hier .
Terug naar het overzicht van alle verhalen