logo Kanoleu't

Verhalen

Zondag 24 september 2006:

Veluwerally - 100 km. van Rhederlaag naar Kampen.

Verslag van Peter Weekenstroo.

Zaterdagmiddag - zo rond kwart over drie – kwam Jan-Peter Okker samen met Jan Kamp voorrijden met zijn witte bus annex camper. Dat is wel luxe! Ik had een klein tentje mee. Voor mij zou dat de eerste zijn - in misschien wel 18 jaar - dat ik in een tent zou slapen!

De heenreis:

JP had als argument: “ik mag toch niet harder dan 80 km/uur, dus kunnen we net zo goed binnendoor naar Lathum reizen.” Zittend op de enigszins Spartaanse achterbank dacht ik: “Oh mijn God, dat gaat straks 3 uur duren voordat we over zijn!” Maar wat schetst mijn verbazing? Amper Bornerbroek voorbij kijk ik wat meewarig uit het keukenraam van de bus naar de snelweg die zojuist een tiental meters lager mijn blikveld passeert. En tot mijn vreugde moet ik schaamteloos constateren dat daaronder – midden op de linker rijbaan – een knalgeel voertuig van het type “aannemersbus” - al liggend op de zijkant - de totale doorstroom van de gehele A1 richting het westen blokkeert. Verheugd roep ik uit: “Daar hadden wij ook kunnen staan!”

Loerend op een variant van de alom bekende DomDom constateer ik dat het gemiddelde op slechts 49 km/uur ligt, maar we RIJDEN ten minste. Nadat ik de leesbril nog wat beter op mijn neus uitricht zie ik ergens in de display: “geschatte aankomsttijd: 16:41 uur” Ik kan het me niet voorstellen. Met zo'n gemiddelde halen we – voor mijn gevoel – Zutphen nog niet eens binnen die tijd. Niets is echter minder waar. Ondanks dat het lage gemiddelde niet echt hoger kwam te liggen, wist JP toch op een vlotte manier Lochem, Zutphen en Doesburg (waar ik nog nooit geweest was) te ronden. Oude verhalen kwamen weer boven van Kanoleu die – gewapend met spatzijl en peddel – de markt - van het normaal zo rustige plaatsje - onveilig maakten. En zo bereikten wij toch het kampeerterrein ondanks het feit dat de “oude garde” de van oudsher zo bekende startplek totaal niet herkende. Later bleek dat dit al járen de startplek was, maar omdat Kanoleu”t” al járen de “halve”Veluwerally vaart van Deventer naar Kampen was dit feit al even zoveel jaren aan ons voorbij gegaan...

De net aangekochte rollator kan tijdens het barbecuen meteen dienst doen als bijzet-tafeltje

Nadat we ons kamp hebben opgeslagen, JP nog een rollator en Peter nog snel een mini klapstoeltje op de rommelmarkt op de kop hadden getikt, een voedzame maaltijd middels de gas-barbecue klaargemaakt en in hetzelfde tempo verorberd hadden en JP evenzoveel of misschien nog wel meer mensen te woord heeft gestaan en daardoor zelf amper aan eten toe kwam, zijn we nog even over het terrein geweest en de Groenlander kano's – waarvan we nog net een demonstratie konden meepikken – uitgebreid bewonderd. Toen de fles Berenburger leeg was konden we naar bed. Mooi op tijd, want we moesten de volgende dag weer vroeg op....

De reis:

Om 06:00 uur ging de wekker. Dat was niet echt nodig. Ik had zeker nog een uur of twee wakker gelegen- onwennig liggend op mijn luchtbedje en tot overmaat van ramp een kussen vergeten. Kwart voor vier of over vier meldde mijn volle blaas zich. Misschien had ik toch géén bier moeten drinken, maar ook Beerenburger. Eindelijk was het tijd voor deze om geleegd te worden. De duisternis en de gang over het terrein – niet het woord “kampeerterrein” waardig – hadden mij 's nachts weerhouden om mijn slaapzak leeg achter te laten.

Om 06:30 uur werd er het “reveille” uitgeroepen door een dame met een overduidelijk Duits accent over de merendeels in stilte gehulde kampeermiddelen. Gezien het tijdstip wisten wij dat het onverstaanbare gekrakeel iets moest zijn als: “Start van de 100 kilometer over één uur!” Gelukkig werd dit nog enige malen herhaald, zodat de plaatselijke haan onverrichter zaken terug kon op stok.

Om 07:30 uur exact was de start. Waren we als Kanoleu”t” net een naam aan het opbouwen van “vroege starters”, nu moesten we wachten op de onoverkomelijke dagelijkse ochtendrituelen van Jan Kamp. Doordat de overgrote meerderheid van alle kampeergasten dezelfde rituelen op ongeveer hetzelfde tijdstip hebben, waren de luttele toiletten overduidelijk niet op deze enorme hoeveelheid recreanten berekend. Aangezien we hadden bepaald dat Jan met zijn ervaring en gebrek aan (over-)gewicht dan maar voorin de C-10 moest plaatsnemen om een constant tempo aan te geven, zat er niets anders op het strand toe kijken hoe de meute voor onze ogen vertok om de 100 kilometer af te gaan leggen. Ha, daar is Jan al...

zelfportret van Jan Kamp tijdens de Veluwerally 2006 De rest van de bemanning tijdens de 1e helft van de Veluwerally 2006 Gauw nog even een paar fotootjes schieten. Eerst Rudy van Rossum. O ja. Ik had er ook één bij me. Jan ook nog een paar foto's. Zo nu maar eerst een stukje peddelen. De eerste 2 kilometer varen we achter het gepeupel aan richting IJssel. Ik was er van overtuigd links af te moeten richting Deventer, maar een politieboot én de stroming zorgen ervoor dat we met z'n allen de goede kant op gaan. Rudy legt alweer zijn peddel neer om vast te stellen dat we nu bijna 12 km/uur gaan en dat dus de stroming hier dus zeker het gemiddelde met 5 km/uur doet toenemen. Al de wetenschappelijke GPS-peilingen ten spijt moet ik toch constateren dat we met 6 stevige kerels in een goed gestroomlijnde C-10 toch erg weinig solovaarders in weten te halen. Nou kunnen we hier Wim ook de schuld van geven, want door de vlakke leercurve van zijn stuurmanskunsten waren we toch dusdanig aan het slingeren dat ik op dat moment dacht zeker 20 km méér te moeten peddelen om in Kampen te geraken. Dit lag natuurlijk ook wel een beetje aan Jan Peter, want díe wil nooit zijn bevoorrechtte plek als stuurman afstaan. De meester zelf stond dan ook op strategische punten ons geknoei te aanschouwen. Precies zoals het Oudhollandse spreekwoord ook luidt: “De beste stuurlui staan aan wal!”

En dan hadden we ook nog de vertragende tactieken van onze twee rokers voor in het schip. Voor elk sigaretje werd uitgebreid de tijd genomen om eens lekker uit te rusten en te genieten van de aan ons voorbijtrekkende landschappen bij elk trekje van de nicotinestokjes onder het motto: een tevreden roker is géén onruststoker”. Dit konden we van onze nieuwbakken C10-stuurman Wim niet zeggen. De rokers kregen het zwaar te verduren doordat Wim zich ontpopte als meest fanatieke antiroker en hij kon het dan ook niet laten zijn ongezouten commentaar over hen uit te storten. Ook andere kanoërs, vissers en argeloze toeschouwers aan de kant moesten het door zijn -nog te vers in het geheugen liggende- verslaving ontgelden. Als niet-rokers zaten we wel verkeerd.

Nadat we de skyline van Doesburg behoorlijk op de hak hadden genomen en Zutphen hadden gerond kwamen we bij de uitmonding van het Twentekanaal. Daar stond een official van de organisatie om deelnemende kanoërs te waarschuwen voor aanstormende beroepsvaart. Nèt nadat ik het verhaal verteld had hoe ik ooit hier met Herman aan het kanoën was, zagen we van over onze schouder een soortgelijke situatie ontstaan. Het enorme schip haalde – met de stroming in de rug – een grote groep kanoërs links in. Van die afstand konden wij niet goed zien of het schip nu voor of achter of misschien door de groep zou steken richting Twentekanaal. Iedereen wist gelukkig op tijd een veilig heenkomen te zoeken.

In Deventer moesten we wel stoppen i.v.m. een snelle wissel: Rudy als newbee eruit – hij was zo verstandig niet meteen voor de volle 100 km. te gaan, en Jan-Peter met z'n 2 gebroken wervels erin. “'t Houdt” was duidelijk in z'n nopjes met de schepper als stuur. Het knellende corset – dat al moeite genoeg heeft om de boel goed bij elkaar te houden - zorgde er wel voor dat JP slechts mondjesmaat de benodigde energiehoudende voedselbrokken tot zich kon nemen.

We laten ons de soep goed smaken in post Dommerholt

De wind en hoeveelheid stroming waren nu een stuk gunstiger gezind dan vorig jaar. Alhoewel er ook nu wel na Deventer de druk van de stroming eruit ging. Dan loopt ook de snelheid eruit en gaan de klappen vallen. Getuige hiervan een jongedame die we diverse malen aangeboden hebben op sleep te nemen. Maar na wat liederen van onze koorknaap was het meiske weer voor een paar slagen opgemonterd. En wetend dat de soep staat te wachten op 77km.- dat is nog een klein uurtje varen - is het even op de tanden bijten.

1028 Slagen per kilometer. Omgerekend is dat 102.800 slagen van Rhederlaag naar Kampen. Ja, je gaat gekke dingen doen tijdens zo'n tocht...zoals slagen tellen! De uitspanning bij Zalk hadden we - in dit geval - rechts laten liggen om niet al te laat aan de finish te verschijnen

De aankomst in Kampen van de equipe uit Twente

Al met al waren we om 18.15 uur bij de finish. En mij is het – net als vorig jaar – erg meegevallen. De C-10 liet zich met 6 personen prima bevaren.

De terugreis:
Die viel wat tegen. Ik had er niet op gerekend met de trein terug naar Almelo te moeten. Rudy was met de bus van Jan-Peter vanuit Deventer naar Kampen gereden, alwaar hij de hele middag had moeten wachten (de ziel). Maar er stond ook nog een auto in Deventer: ik geloof die van Rudy en ook nog één van de Fam. Baas in Lathum. Kortom we konden niet met z'n zevenen in de bus en Jan Kamp en ik waren eigenlijk net zo snel als JP terug in Almelo. De anderen (Rudy van Rossum, Michel de Jong, Wim en Melle Baas) waren volgens mij nog wat later thuis.

Uitgebreide fotoreportage van Peter,Rudy en Jan.
Terug naar het overzicht van alle verhalen