logo Kanoleu't

Verhalen

VELUWERALLY 25 SEPTEMBER 2005:

Zondag op de Veluwe.

Door: Peter Weekenstroo

ALMELO- Even voor kwart over zeven…ik bel aan bij Jan Peter Okker. Wel vroeg voor de zondagochtend. Zou er al iemand wakker zijn? Tot mijn stomme verbazing wordt ik door een aantal kanoleuters in vol ornaat ontvangen (compleet met zwemvest!) en binnen 2 minuten volgt ook de rest van het gezelschap, zodat we om precies 7:15 uur compleet zijn.
Met z’n achten cruisen we in twee auto’s naar Deventer, alwaar we al voor acht uur aankomen op de stek van de Deventer Kano Vereniging om de duffe kanoërs op het geïmproviseerde kampeerplaatsje te zien ontwaken na een –waarschijnlijk- veel te korte nacht. Blijkbaar zijn wij de eerste inschrijvers want het inschrijfbureau was nog niet volledig ingericht en nadat wij de desbetreffende juffrouw hadden gesouffleerd wat de kosten zijn van deelname, stond eigenlijk ons niets meer in de weg om te vetrekken, ware het niet dat de officiële start pas om 9:00 uur was. De dag ervoor hadden Paul Dost en Jan Peter de C-10 al keurig aan de oever van de IJssel gelegd en de bus met aanhanger 50 kilometer verderop in Kampen geparkeerd om met de trein huiswaarts te gaan. Aangezien Michiel Rotteveel tijdelijk met z’n been hoog moet liggen heeft Paul de honneurs om dit evenement voor onze “leu’ te regelen overgenomen.

Koeien in de Ijssel

Nadat iedereen nog een kop koffie genuttigd had, zijn we maar kalmpjes aan ingestapt en toen was het nog maar 8:35 uur. Kanoleu’t zou Kanoleu’t niet zijn als we ons al te veel van de regeltjes aan zouden trekken, dus….varen maar!
Km-raai 944 passeren wij bij vertrek als we om 8:40 uur al km-raai 945 ronden rekent iemand snel uit dat we zo’n 12 km/uur gaan! Dit moeten we na wat reëlere metingen al snel naar beneden bijstellen tot zo’n 10 km/uur. Toch nog een niet onverdienstelijke snelheid.
Samen met onze enigszins te vroege start zorgt het er wel voor dat we de eerste tweeënhalve uur slechts een paar mensen op het water tegenkomen. Dit zijn dan een paar pleziervaartuigen, waarvan er enkele met onbehoorlijke snelheid ons tegemoet varen. Het “Veluwerally-gevoel” wat cracks als Jan Peter en Paul omschrijven blijft daardoor wat achter: er is geen kanoër te bekennen. Op een gegeven zien we wel een tweetal zwartgaarders (vader en zoon), het leek wel of ze ons op te lagen wachten maar konden ons moordende tempo niet bijhouden.

Gestadig varen we op de stille IJssel...

De eerste 27 kilometer peddelen we moederziel alleen over de stille IJssel met op bijna elke paal een (p)aalscholver en slechts hier en daar een visser. Eén van hen vroeg zich hardop af: “of we nog wat laminaat over hadden?’ - dit tot grote hilariteit van enkele mede-visfanaten. Botenbouwer Okker zat zich (bijna hoorbaar) achter mij te verbijten om de eer aan zichzelf te houden. Af en toe stopten we even met peddelen om wat versnaperingen tot ons te nemen. Anja had nog de avond tevoren een lekkere kruidkoek gebakken. Het weer klaarde enigszins op, zodat een aantal zich van de overbodige kleding ontdeden. Af en toe een stevige wind in de rug, dan weer bijna windstil met een stevige bui. Maar nu begint het zelfs warm te worden en zo krijgt Paul toch nog gelijk ondanks het optimistische mailtje van 5 dagen terug waarin hij erg stellig was over weer vandaag (200C en zuiden wind).
Dan – vlak voor de eerste postplaats bij km-raai 973 - komt de eerste geroutineerde kanoër in een snelle SK van carbon ons vrolijk groetend voorbij gesneld. Bij de post treffen we hem weer aan alwaar dankbaar gebruik wordt gemaakt van de foerage. Koffie en thee – zelfs met een koekje erbij – en vervolgens is er nog keuze uit tomaten- of champignonsoep. Tsja…het heeft zeker voordelen als je bij dit soort dingen er snel bij bent.
Als eerste vertrokken we weer rond de klok van twaalf van post Kromholt. Nog 23 kilometer te gaan. De solist bleef nog even genieten van de uitstekende foerage en het begroeten van oude bekende, zoals daar ook nog iemand aan kwam die ooit één van de mede-oprichters van Kanoleu’t was. Hij zou ons snel genoeg weer inhalen.

Zalk gezien vanaf de IJssel.

Paul had ons de volgende stop bij het theehuis bij Zalk in het vooruitzicht gesteld. Koffie met appelgebak en slagroom. Daar deden we het voor. Maar eerst moesten we Zwolle nog ronden. Dit tweede gedeelte was wel vermoeiender en Jan Peter had zeker gelijk: voorbij de IJsselcentrale wordt de IJssel een stuk breder en (dus) ook trager. Het schoot minder op. Dat dachten de twee “illegalen” ook en lieten zich hier door een begeleidend voertuig van het water plukken. Dit geldt niet voor de solist. Met hoge snelheid kwam hij weer voorbij. Een poging hem bij te houden –al was het maar een klein stukje – liep op niets uit. We zagen hem snel afstand nemen en in “no time”was hij uit het zicht verdwenen.
Gelukkig kwam nu al snel de toren van Zalk in zicht en dus ook (even later) het theehuis. Inmiddels is het toch al half twee geworden en zijn we toch al vijf(!) uur onderweg. De tijd gaat toch ongemerkt snel voorbij.

Genietend van de late septemberzon namen we het er goed van. Dat we nu door een aantal kanoërs werden gepasseerd maakte ons niet veel uit. De wind trok aan en aangezien de rivier hier een scherpe bocht maakt kregen we de zuidwestenwind pal tegen. Een behoorlijke golfslag wist zelfs de 7 meter lange C-10 in beroering te brengen. Dan besef je pas hoe heerlijk het is dat we al die tijd én de stroming én de wind mee hebben gehad! Gelukkig duurde dit niet al te lang en draaide we weer van de wind af.
Even over drieën kwam ook het eindpunt bij Kampen al gauw in zicht. Bij de stand konden we tegen inlevering van onze bonnetjes een medaille in ontvangst nemen. Eerst nog met de hele bemanning op de foto…

Eindelijk bij Kampen!
De C-10 “’t Houdt” met z’n bemanning vlnr Johan Wesselink, Henk Bos, Peter Weekenstroo, Anja Bos,Dick Bramer, Jos Lansink, Paul Dost en Jan Peter Okker.

De tocht viel mij enorm mee, het weer was lekker en er werd lekker door gevaren: kortom zeker voor herhaling vatbaar. Misschien de volgende keer de 50 kilometer van Latthum naar Deventer of zelfs de 100 kilometer tot Kampen. Maar of ik dat zou redden in 1 dag. Nu hebben we over 50 kilometer toch 6 ½ uur gedaan. En de 100 km-vaarders krijgen de tijd van 7:30 tot 20:00 uur, hetgeen zou betekenen dat je veel minder lang kan pauzeren. Of het dan nog wel zo leuk is…ik denk het niet.
Medaille's ophalen De aankomst viel mij een beetje tegen. Bij de tocht Almelo-Nordhorn stond in Duitsland een aantal vis- en patatkramen alsmede een ontvangstcomité klaar. Toch leuk na zo’n “monster-tocht”. 50 Kilometer is al een hele prestatie, laat staan de 100 kilometer. Die gasten komen nog veel later aan. Een beetje sober is het wel.
Maar ja, het is wél Kampen en per slot van rekening is het wel zondag op de Veluwe…!

En zo eindigt de 28e Veluwe Rally 2005.

Uitgebreide fotoreportage klik hier .