logo Kanoleu't

Verhalen

Oktober 2002:

Buurtbeekjes: de Boekelerbeek.

Verslag door Michiel Rotteveel

Onder het motto 'wat van ver komt, is lekker' trekken wij Kanoleuters er regelmatig op uit om op gepaste afstand van huis andermans water onveilig te maken. De Wieden en de Weerribben hebben geen geheimen meer voor ons, de IJssel is reeds vele malen geheel of gedeeltelijk afgesopt, de wildwaterbeken in de Ardennen zijn - behalve inmiddels verboden - ook zo bekend dat de lol er voor sommigen toch al af was, inmiddels is het Sauerland alweer drie keer bezocht, voor leuk kronkelende beekjes door het struweel moesten we tenminste naar de Boven-Vecht, de Frischhofsbach was wat minder, maar toch. Kortom, altijd vele kilometers bevestigen hierdoor het beeld van menigeen dat dichter bij huis geen interessant vaarwater is.

Als je nooit eens wat probeert, ontdek je ook nooit iets moois. Tijdens de herfstvakantie heb ik Ico en Jan-Peter een enigszins traumatische ervaring bezorgt door ze mee te slepen op de bovenloop van de Regge. In de vorige Kanoleut-krant zijn jullie deelgenoot gemaakt van zijn ervaringen. Gelukkig heeft Ico deze negatieve ervaring redelijk verwerkt, want tijdens het vroege voorjaar vond hij zowaar de moed een volstrekt onbekende en volgens ons tot dan toe onbevaren waterloop te gaan verkennen. En wonder boven wonder, ook deze beek bevindt zich vlak bij huis.

We zijn namelijk na een periode van hevige regenval op een vrije vrijdagmiddag de Boekelerbeek gaan bevaren. De Boekelerbeek ontspringt ergens bij het Rutbeek en heet dan nog, hoe kan het anders, de Rutbeek. De beek stroomt door Boekelo en vervolgens parallel aan de A35 naar de Oelerwatermolen. Hier splitst de Oelerbeek zich af van de hoofdstroom. De Oelerwatermolen is inmiddels gerestaureerd en gaat in de nabije toekomst weer malen. Op het moment van varen legden de timmerlieden zojuist de laatste hand aan het bouwwerk. Ze wisten ook te vertellen dat de schotten die het waterpijl regelen vakkundig met een stel stevige bouten zijn vastgezet. We hebben de dader zelf gesproken... Helaas dus geen mogelijkheid om deze stuw te bevaren. Wij zijn ongeveer 200 meter stroomopwaarts gestart waar het bruggetje van de Museum Buurt Spoorweg de Boekelerbeek kruist. Het instappen ging zoals te doen gebruikelijk; himalaya-start en plons daar zat ik muurvast in de bodem van een verschrikkelijk smal en ondiep watertje. Ik moest meteen weer denken aan de Frischhofsbach, keek al wat vuil naar Ico en mompelde zoiets van: "Dit is zeker je wraak voor de Regge..." Echter, tot onze stomme verbazing werd de beek allengs beter bevaarbaar en al vlug voeren we over de mooiste beek die ik in de wijde omtrek ken, mooier dan de Dinkel, mooier dan de Twickelervaart en zeker mooier dan de bovenloop van de Regge. Goed bevaarbaar; weliswaar niet diep, maar toch lekker te bevaren.

Wat maakt de Boekelerbeek nu zo bijzonder? Je vaart door een fantastisch mooi landschap. Leuke bijkomstigheid is dat de beek op sommige stukken de grens vormt tussen bos en weide. Daarbij vaar je zo hoog dat je nog redelijk over het landschap kunt uitkijken. Daarnaast zijn ook hele stukken waar de beek redelijk vrij door het bos meandert. In het bos werden we vergast op iets dat we alleen maar van het buitenland kenden, bomen over de beek! En ook dat verhoogde de feestvreugde alleen maar. Gezien de staat van onderhoud van de oevers rees bij ons het vermoeden dat deze oevers al enige jaren niet meer onderhouden zijn. Ook dit aspect komt de schoonheid van het geheel alleen maar ten goede. En om de euforische ervaring helemaal compleet te maken, heeft het waterschap in de buurt van de Haaksbergerstraat zowaar twee vistrappen aangelegd in de vorm van wat obstakels van veldkeien. Resultaat: een eenvoudige, doch plezierige stroomversnelling. We zijn geëindigd bij de Oelerwatermolen. Op zich een prachtige plek die slechts ontsierd wordt door de in de verte voorbijrazende snelweg. Kortom, een aanrader en in ieder geval bij mij met stip op nummer één binnen gekomen. Laten we wel zuinig zijn op dit kroonjuweel en het alleen dan gaan varen als de waterstand voldoende is. De beek leent zich ook niet voor groepen groter dan een man of vier, vijf. Zo zie je maar weer, jarenlang naar verre oorden afgereisd terwijl in je achtertuin het mooiste water stroomt. Moraal van dit verhaal, kijk eens wat verder dan je peddel lang is en probeer in de buurt eens wat vaarwater uit.

Terug naar het overzicht van alle verhalen